ABSOLUUT NIETS

Gepubliceerd op 1 oktober 2026 om 13:44
 

Kan iets overgaan in ABSOLUUT NIETS?

Binnen het Fractaal Denkraam wordt ABSOLUUT NIETS gedefinieerd als een hypothetische ontologische positie die volledig buiten het proces staat. Absoluut Niets betekend dat er geen Informatie, geen Entanglement, geen Emergentie en geen Schaal aanwezig is. Er is daarmee ook geen verandering, geen relatie en geen proces. Absoluut Niets is absoluut statisch.

Maar wanneer we deze gedachte consequent doordenken, ontstaat een merkwaardige vraag:

Kan iets dat onderdeel is van het proces dat werkelijkheid vormt, ooit overgaan in ABSOLUUT NIETS?

Op het eerste gezicht lijkt dat mogelijk. Dingen verdwijnen immers voortdurend. Een ster kan uitdoven, een organisme kan sterven en een structuur kan volledig uiteenvallen. Ook wiskundig kennen we het begrip nul. Wanneer we bijvoorbeeld 1 − 1 berekenen, krijgen we 0.

Maar is nul hetzelfde als ABSOLUUT NIETS?

Nul is niet hetzelfde als ABSOLUUT NIETS

Wiskundig kunnen we iets laten uitkomen op nul.

1 − 1 = 0.

Maar de nul in deze vergelijking betekent niet dat er absoluut niets bestaat. De nul is een waarde binnen een wiskundig systeem. Er is nog steeds informatie aanwezig: we weten dat er een bewerking heeft plaatsgevonden, welke waarden daarbij betrokken waren en wat de uitkomst van die bewerking is. Zelfs wanneer een hoeveelheid tot nul wordt gereduceerd, is daarmee niet aangetoond dat ABSOLUUT NIETS is bereikt. Dit onderscheid is binnen het Fractaal Denkraam essentieel.

Nul kan een toestand binnen een systeem zijn. ABSOLUUT NIETS wordt juist gedefinieerd als datgene wat buiten het systeem en buiten het proces staat.

Wanneer we dus zeggen dat iets “nul wordt”, betekent dat niet automatisch dat het ophoudt te bestaan in absolute ontologische zin.

Ook 0 + 0 = 0 klopt wiskundig. Binnen de wiskunde kunnen twee nul-waarden worden opgeteld en blijft de uitkomst nul. Maar ontologisch ontstaat hier een ander probleem wanneer we de nul gelijk zouden stellen aan ABSOLUUT NIETS. Wanneer ABSOLUUT NIETS werkelijk absoluut niets betekent, kan het niet worden verdeeld in twee delen. Er zijn dan immers geen twee afzonderlijke delen die van elkaar kunnen worden onderscheiden. Ook kan er niets aan worden toegevoegd, omdat er niets aanwezig is waaraan iets kan worden toegevoegd.

0 + 0 = 0 is daarom wiskundig betekenisvol, maar het betekent niet dat twee keer ABSOLUUT NIETS samen ABSOLUUT NIETS vormen. Zodra we spreken over twee delen, is er al sprake van onderscheid, informatie en daarmee van een relatie. Daarmee hebben we het domein van ABSOLUUT NIETS alweer verlaten.

Vanuit deze gedachte kan ABSOLUUT NIETS binnen het Fractaal Denkraam niet worden gedeeld, vermenigvuldigd, opgeteld of afgetrokken. Niet omdat de wiskundige bewerkingen niet geldig zijn, maar omdat ABSOLUUT NIETS geen wiskundige grootheid is. De nul kan binnen een wiskundig systeem worden bewerkt; ABSOLUUT NIETS wordt binnen dit model juist gedefinieerd als datgene wat buiten ieder systeem, iedere relatie en ieder proces staat.

Kan iets dan werkelijk verdwijnen?

Hier ontstaat een nog fundamentelere vraag. Stel dat een organisatie volledig wordt opgeheven. Een structuur valt uiteen. Een organisme sterft. Een ster explodeert. Materie verandert van vorm. Een informatiepatroon wordt niet langer herkenbaar.

We kunnen dan zeggen dat de oorspronkelijke organisatie verdwenen is. Maar wat betekent verdwenen vervolgens? Is de organisatie werkelijk overgegaan in ABSOLUUT NIETS? Of is de organisatie opgehouden te bestaan als die specifieke organisatie, terwijl er binnen het proces andere vormen van organisatie ontstaan?

Binnen het Fractaal Denkraam lijkt de tweede mogelijkheid beter aan te sluiten bij het uitgangspunt dat alles proces is. Het verdwijnen van een organisatie hoeft dan geen overgang naar ABSOLUUT NIETS te betekenen. Het kan een overgang zijn naar een andere vorm van organisatie.

Dat betekent dat verdwijnen en overgaan naar ABSOLUUT NIETS niet hetzelfde zijn.

Annihilatie is nog steeds een proces

Ook het begrip annihilatie maakt dit onderscheid interessant. Wanneer in de natuurkunde wordt gesproken over annihilatie, betekent dat niet noodzakelijk dat iets letterlijk overgaat in absoluut niets. Het verwijst naar een fysisch proces waarin bepaalde deeltjes en antideeltjes verdwijnen als de oorspronkelijke deeltjes en waarbij andere vormen van energie en/of deeltjes kunnen ontstaan, gemeten als straling.

Zelfs wanneer we het woord “vernietiging” gebruiken, beschrijven we dus een verandering binnen een fysisch proces. Vanuit het Fractaal Denkraam is dat belangrijk. Wanneer iets overgaat in iets anders, heeft er een proces plaatsgevonden. En zodra er een proces plaatsvindt, is er Informatie, zijn er relaties en is er verandering. Daarmee bevinden we ons nog steeds binnen de ontologische architectuur van het Fractaal Denkraam. Annihilatie zou dan niet het bereiken van ABSOLUUT NIETS betekenen, maar een vorm van organisatieverandering.

Maar wat als de overgang zelf het proces is?

Hier wordt het probleem nog interessanter. Stel dat iets vanuit het proces zou kunnen overgaan naar ABSOLUUT NIETS. Dan moet er een overgang plaatsvinden. Maar een overgang is een verandering. En verandering is een proces. Er moet dan dus een relatie bestaan tussen de toestand vóór de overgang en ABSOLUUT NIETS als toestand ná de overgang. Maar zodra er een relatie bestaat, ontstaat er een probleem met onze definitie van ABSOLUUT NIETS.

Want een relatie is binnen het Fractaal Denkraam een vorm van Entanglement. ABSOLUUT NIETS zou dan niet langer absoluut niets zijn. Er zou immers een verhouding bestaan tussen iets binnen het proces met datgene wat buiten het proces zou moeten staan.

Daarmee ontstaat een paradox:

Als ABSOLUUT NIETS werkelijk absoluut buiten het proces staat, kan er geen overgang naar ABSOLUUT NIETS plaatsvinden.

Want om naar ABSOLUUT NIETS over te gaan, zou er een relatie tussen het proces en ABSOLUUT NIETS moeten bestaan. Zodra die relatie bestaat, staat ABSOLUUT NIETS niet meer volledig buiten het proces, dan is er een verstrengeling en is ABSOLUUT NIETS niet meer ABSOLUUT NIETS.

Wat betekent dit voor de dood?

Hier wordt deze ontologische redenering misschien wel het meest interessant.

Is de dood een overgang naar ABSOLUUT NIETS? Binnen het Fractaal Denkraam zou ik daar voorlopig nee op zeggen. Deze conclusie is niet gebaseerd op een persoonlijke overtuiging of ervaring, maar volgt uit de redenering die voortkomt uit mijn ontologische model, dat is opgebouwd rond de vier pijlers Informatie, Entanglement, Emergentie en Schaalrelativiteit. Het is geen vooropgezet plan of vooraf gekozen conclusie, maar een gevolg dat binnen het model ontstaat wanneer ik de uitgangspunten consequent doordenk. Niet dat ik daarmee beweer dat er noodzakelijk leven na de dood bestaat, maar omdat de dood zelf als een proces kan worden beschouwd. Een levend organisme is een organisatie van processen. Wanneer het organisme sterft, verdwijnen bepaalde vormen van organisatie. Andere processen blijven echter bestaan. Materie verandert van organisatie, chemische processen gaan door en de omgeving wordt onderdeel van nieuwe processen.

De specifieke organisatie die wij “het leven van dit organisme” noemen, eindigt. Maar dat betekent niet dat het proces terugkeert naar ABSOLUUT NIETS. De dood kan daarom worden beschouwd als een verandering van organisatie, niet als een terugkeer naar ABSOLUUT NIETS. Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid:

Leven is een proces. Dood is eveneens een proces.

Dat betekent niet dat dood hetzelfde is als leven. Het betekent alleen dat beide binnen de werkelijkheid als processen kunnen worden onderzocht. De dood is dan niet het tegenovergestelde van proces, maar een verandering binnen het proces.

Betekent dit dat er leven na de dood bestaat?

Uit het idee dat een proces voortduurt, volgt niet automatisch dat hetzelfde leven voortduurt.

Wanneer een organisme sterft, kunnen processen doorgaan zonder dat de oorspronkelijke organisatie blijft bestaan. Daarom verklaart het Fractaal Denkraam op zichzelf geen persoonlijk voortbestaan na de dood. Dit betekent dat het IK als specifieke organisatie door reorganisatie kan ophouden te bestaan. De informatie waaruit die organisatie bestond, kan daarbij behouden blijven, veranderen of opnieuw worden georganiseerd en vervolgens op een andere schaal onderdeel worden van nieuwe relaties en nieuwe organisatie.

Het voortbestaan van een proces is niet noodzakelijk hetzelfde als het voortbestaan van de oorspronkelijke organisatie.

Dat onderscheid is essentieel. Leven is een biologisch proces, voortbestaan na de dood mogelijk niet. Een boom valt om en wordt onderdeel van andere biologische, chemische en ecologische processen. De boom als specifieke organisatie bestaat niet meer, maar daarmee is niet alles wat de boom was in ABSOLUUT NIETS verdwenen. De organisatie verandert.

En bewustzijn?

Hier ontstaat misschien wel de meest open vraag. Bewustzijn wordt vaak gekoppeld aan leven. Vanuit onze huidige menselijke ervaring is bewustzijn verbonden met een levend organisme en met de werking van een biologisch systeem. Maar betekent dat noodzakelijk dat bewustzijn zelf identiek is aan leven? Binnen het Fractaal Denkraam kan die vraag open worden gehouden.

Wanneer bewustzijn wordt beschouwd als een emergent verschijnsel van een bepaalde informatieorganisatie, dan is het denkbaar dat bewustzijn afhankelijk is van de specifieke organisatie waaruit het emergeert. Maar het is ook mogelijk om de vraag breder te stellen:

Is bewustzijn zelf een vorm van informatieorganisatie die onder andere binnen levende systemen kan ontstaan, maar die niet noodzakelijk volledig samenvalt met wat wij “leven” noemen?

Dat is een veel grotere ontologische vraag. Op dit moment kunnen we daar niet zomaar uit concluderen dat bewustzijn na de biologische dood blijft bestaan. Evenmin volgt uit de dood van het biologische organisme automatisch dat bewustzijn als begrip is teruggekeerd naar ABSOLUUT NIETS.

Daarvoor zouden we eerst moeten weten wat bewustzijn ontologisch precies is. Mijn eigen ervaringen, zoals ik die ook heb beschreven in het boek Entanglement van het IK, vormen geen bewijs voor een van deze mogelijkheden. Ik probeer ze vanuit het model te begrijpen. Het Fractaal Denkraam biedt tot nu toe meerdere mogelijkheden om het ontstaan van bewustzijn te beschrijven: als resultaat van biologische processen, als verschijnsel dat verbonden is met biologische processen, of als een verschijnsel dat niet volledig afhankelijk is van biologische processen. Ook mijn eigen ervaring beschreven in het boek "Entanglement van het IK" kan deze vraag niet definitief beantwoorden.

ABSOLUUT NIETS blijft buiten het proces

Daarmee komen we terug bij het uitgangspunt.

Als ABSOLUUT NIETS werkelijk ABSOLUUT NIETS is, dan kan het geen toestand binnen onze werkelijkheid zijn.

Het kan niet het eindpunt van een proces zijn.

Het kan niet worden bereikt.

Het kan niet veranderen.

Het kan geen informatie ontvangen.

Het kan geen relatie aangaan.

En er kan niets vanuit het proces naar ABSOLUUT NIETS worden overgedragen.

Want iedere overgang zou een proces zijn.

Iedere relatie zou Entanglement betekenen.

Iedere verandering zou Emergentie of organisatie impliceren.

En zodra dat aanwezig is, bevinden we ons niet meer in ABSOLUUT NIETS.

Misschien is dat wel de meest consequente conclusie die voorlopig uit deze gedachte volgt:

Binnen het Fractaal Denkraam kan iets dat onderdeel is van het proces niet overgaan in ABSOLUUT NIETS. Een overgang van iets naar ABSOLUUT NIETS zou immers zelf een proces en daarmee een relatie vereisen. Maar zodra er een relatie bestaat met ABSOLUUT NIETS, is het niet langer ABSOLUUT NIETS.

Daarmee ontstaat ook een ongemakkelijke gedachte: als ABSOLUUT NIETS niet bereikbaar is vanuit het proces, dan kan ABSOLUUT NIETS ook niet de uiteindelijke bestemming van een proces zijn. Een toestand van absolute rust buiten het proces is binnen deze redenering dus niet hetzelfde als het bereiken van ABSOLUUT NIETS.

Wat wij “verdwijnen” noemen, kan daarom een verandering van organisatie zijn. Wat wij “dood” noemen, kan een overgang van de ene procesorganisatie naar andere processen zijn. En wat wij “voortbestaan” noemen, hoeft niet te betekenen dat dezelfde organisatie blijft bestaan.

De vraag naar bewustzijn blijft daarmee open. Misschien is bewustzijn volledig afhankelijk van de levende organisatie waaruit het ontstaat, of misschien is bewustzijn ge-emergeerd met leven of misschien bestaat bewustzijn ook buiten biologische processen om. Bewustzijn is in ieder geval een verschijnsel dat wij nog onvoldoende ontologisch begrijpen.

En misschien moeten we eerst opnieuw onderzoeken wat we eigenlijk bedoelen wanneer we zeggen dat iets bestaat. Want zolang iets onderdeel is van het proces, lijkt het binnen deze redenering niet naar ABSOLUUT NIETS te kunnen verdwijnen.

Het kan veranderen. Het kan uiteenvallen. Het kan ophouden te bestaan als de organisatie die wij herkenden. Maar ABSOLUUT NIETS bereiken is iets anders.

En misschien is juist dat onderscheid tussen ophouden te bestaan als iets en overgaan in absoluut niets een van de belangrijkste ontologische vragen die uit het Fractaal Denkraam voortkomen. Misschien ligt hier uiteindelijk de diepere vraag.

“Wanneer wij zeggen dat iets niet meer bestaat, bedoelen we dan werkelijk dat het niet meer bestaat, of bedoelen we dat de organisatie waarin wij het herkenden niet meer bestaat?”

Binnen het Fractaal Denkraam lijkt dat onderscheid essentieel. Het verdwijnen van een organisatie hoeft niet het verdwijnen van alles wat die organisatie vormde te betekenen. Het kan het einde zijn van één organisatie en tegelijkertijd het begin of de voortzetting van andere processen.

Kan iets overgaan naar ABSOLUUT NIETS? Ik zou haast zeggen: absoluut niet. Maar ik heb iets tegen absolutisme. Dus houd ik het bij: ik denk van niet.

 

Dave Ruder

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb