Theologie; een model van een oerbron
GOD ALS OERBRON, PROCES EN GEÏNTERNALISEERDE WERKELIJKHEID, BEKEKEN VANUIT HET FRACTAAL DENKRAAM
Wat gebeurt er wanneer de mens een oerbron van werkelijkheid God noemt? En wat gebeurt er wanneer die beschrijving vervolgens onderdeel wordt van de menselijke werkelijkheid zelf? Vanuit het Fractaal Denkraam onderzoekt de paper 'Theologie van de oerbron' deze vragen zonder God te willen bewijzen of ontkennen. Het onderzoek richt zich niet op het voorschrijven van een nieuw godsbeeld, maar op de consequenties van de manier waarop de mens een oerbron beschrijft. Wat gebeurt er wanneer een oerbron wordt beschreven als scheppend, waarnemend, wetend, oordelend, beslissend en regulerend? En wat gebeurt er wanneer de mens deze beschrijving als werkelijkheid internaliseert?

De oerbron
Wanneer een verklaring uiteindelijk uitkomt bij een God als eerste oorzaak of oerbron, lijkt daarmee het begin van de werkelijkheid te zijn gevonden. Maar daarmee ontstaat een andere vraag:
Is hier werkelijk het begin van het proces bereikt, of slechts het einde van onze beschrijving?
Een beschrijving kan eindigen zonder dat datgene wat wordt beschreven daar ook eindigt. Binnen het Fractaal Denkraam wordt daarom onderscheid gemaakt tussen de oerbron als beschrijving en de oerbron als werkelijkheid. Wat wij een oorsprong noemen, kan mogelijk een fundamentele schaal van werkelijkheid beschrijven. Maar uit het feit dat onze verklaring daar stopt, volgt niet automatisch dat werkelijkheid daar stopt.
God als proces
Veel godsbeelden beschrijven God niet als een volledig passieve oorsprong.
God ziet. God hoort. God weet. God beoordeelt. God beslist. God handelt. God reguleert.
Zodra deze eigenschappen samen worden beschouwd, ontstaat een processtructuur:
waarnemen → informatie verwerken → beoordelen → beslissen → handelen
Wanneer daar bovendien sprake is van interactie met de werkelijkheid, ontstaat terugkoppeling:
werkelijkheid → informatie → God → handelen → werkelijkheid
Daarmee ontstaat een fundamentele vraag. Kan een God tegelijkertijd volledig statisch en onveranderlijk zijn én werkelijk nieuwe informatie ontvangen, verwerken en daarop reageren? Wanneer informatie werkelijk nieuw is, verandert de toestand van de ontvanger. Een interactieve oerbron lijkt daarmee eerder op een proces dan op een volledig statische entiteit. De vraag verschuift vervolgens van de oerbron naar het proces:
Hoe is dat proces ontstaan?
Het Fractaal Denkraam geeft daarop geen definitief antwoord. Het opent juist de mogelijkheid om een zogenaamde oerbron te onderzoeken als onderdeel van een groter proces.

Van oerbron naar oerproces
Het Fractaal Denkraam beschrijft in "De Ontologische Architectruur van het Fractaal Denkraam" werkelijkheid aan de hand van vier ontologische pijlers:
- Informatie
- Entanglement
- Emergentie
- Schaalrelativiteit
Deze pijlers bieden een manier om werkelijkheid niet uitsluitend als verzameling objecten te bekijken, maar als een gelaagd netwerk van processen en relaties. Een oerproces wordt daarbij niet voorgesteld als een nieuwe absolute verklaring. Ook een oerproces kan op een andere schaal opnieuw onderdeel blijken van een groter proces. De vraag naar oorsprong wordt daarmee:
Op welke schaal noemen wij iets een oorsprong?
De mens als schaal
De mens is zelf een proces. Een mens ontvangt informatie, verwerkt deze, vormt verwachtingen, beoordeelt situaties, neemt beslissingen en handelt. Zijn handelen verandert vervolgens zijn omgeving, waardoor nieuwe informatie ontstaat.
informatie → verwerking → beslissing → handelen → nieuwe informatie
De mens staat daarmee niet buiten de werkelijkheid die hij onderzoekt. Hij is er zelf onderdeel van. Wanneer God wordt beschreven met vergelijkbare procesmatige eigenschappen, ontstaat een mogelijke structurele overeenkomst tussen verschillende schalen. Niet omdat de mens per definitie een kleine versie van God zou zijn. Maar omdat bepaalde organisatieprincipes op verschillende schalen opnieuw kunnen verschijnen.
Naar Gods beeld
De religieuze uitspraak dat de mens is geschapen naar het evenbeeld van God kan vanuit dit perspectief op een andere manier worden onderzocht. Het beeld hoeft niet noodzakelijk een uiterlijke kopie te betekenen. Het zou kunnen wijzen op een gelijkende processtructuur.
Wanneer God wordt beschreven als een wezen dat waarneemt, informatie verwerkt, beoordeelt, beslist en handelt, vinden we ook bij de mens dergelijke processen. Dat maakt de mens niet ontologisch gelijk aan God. Het roept wel een interessante vraag op:
Kunnen organisatieprincipes die aan een oerbron worden toegeschreven op een andere schaal opnieuw verschijnen?

Het godsbeeld wordt onderdeel van de mens
Een godsbeeld blijft niet noodzakelijk buiten de mens staan. Wanneer iemand gelooft dat God hem voortdurend ziet, kan dit veranderen in een innerlijk gevoel van voortdurend gezien worden. Een God die oordeelt kan verschijnen als een voortdurend proces van zelfbeoordeling.
Een God die straft kan verschijnen als een innerlijke verwachting van straf. Een God die liefde vertegenwoordigt kan verschijnen als een interne norm van liefde.
De beschrijving van God kan daarmee veranderen in een psychologisch proces:
beschrijving → geloof → internalisering → interpretatie → gedrag → ervaring
Wat oorspronkelijk een beschrijving van een externe werkelijkheid was, kan daardoor onderdeel worden van de interne werkelijkheid van de mens. De centrale gedachte is:
De beschrijving die men geeft aan een oerbron is misschien geen werkelijkheid, maar wordt intern een werkelijkheid.
Dat betekent niet dat het godsbeeld daarom onwaar is. De psychologische werkelijkheid van een godsbeeld bewijst noch de ontologische werkelijkheid ervan, noch het tegendeel. Een ervaring kan werkelijk zijn als ervaring, terwijl de oorsprong van die ervaring een afzonderlijke vraag blijft.
De terugkoppeling
Wanneer het godsbeeld eenmaal is geïnternaliseerd, ontstaat een terugkoppeling tussen mens en godsbeeld.
mens → godsbeeld → internalisering → gedrag → ervaring → godsbeeld
De mens vormt zijn godsbeeld. Het godsbeeld vormt vervolgens mede de mens. De veranderde mens interpreteert de werkelijkheid opnieuw en kan daarmee zijn godsbeeld bevestigen, veranderen of verdiepen.
Het godsbeeld is daardoor niet alleen een beschrijving van een vermeende oerbron. Het kan tegelijkertijd een actief onderdeel worden van het menselijke proces.

Verwondering in plaats van aanbidding
Ook het Fractaal Denkraam is een model. Het kan patronen zichtbaar maken en nieuwe vragen openen, maar mag zelf niet worden verheven tot absolute waarheid. Daarom ligt binnen dit perspectief verwondering meer voor de hand dan absolutering.
Ook spirituele leraren kunnen worden gewaardeerd zonder hen te verheerlijken of als absolute autoriteit te behandelen. Hun inzichten kunnen worden onderzocht, bevraagd en gebruikt als mogelijke wegwijzers, zonder dat de persoon of diens interpretatie van werkelijkheid daarmee boven onderzoek wordt geplaatst.
Een model kan richting geven zonder de werkelijkheid zelf te zijn. Een leraar kan inspireren zonder de waarheid te bezitten. Een godsbeeld kan betekenis geven zonder dat de menselijke beschrijving ervan noodzakelijk samenvalt met de werkelijkheid die zij probeert te beschrijven.
De vraag blijft open
De paper: Theologie van de oerbron probeert God niet te bewijzen. Ook probeert zij God niet te ontkennen. Zij onderzoekt wat er gebeurt wanneer de mens een oerbron beschrijft, deze beschrijving als werkelijkheid gaat ervaren en vervolgens zelf onderdeel wordt van het proces dat door die beschrijving wordt gevormd.
Misschien is de oerbron werkelijk een oorsprong. Misschien is zij het einde van onze huidige beschrijving. Misschien verschijnt wat wij als oorsprong benoemen op een andere schaal opnieuw als onderdeel van een groter proces.
De vraag blijft open.
De mens hoeft het mysterie niet te bezitten om zich erover te kunnen verwonderen.
Wil je dieper op deze materie ingaan en de achterliggende gedachte verder verkennen?
Lees dan de volledige paper Theologie van de oerbron.
Theory of Everything
Hoewel Het Fractaal Denkraam op coherente wijze toepasbaar lijkt binnen uiteenlopende disciplines, pretendeert het niet de ultieme 'Theory of Everything' te zijn. Het model claimt niet alle fundamentele vragen over werkelijkheid definitief te beantwoorden of bestaande wetenschappelijke theorieën te vervangen.
Het biedt een filosofisch-ontologisch interpretatiekader waarmee verschijnselen uit verschillende kennisgebieden vanuit dezelfde organiserende principes kunnen worden benaderd. Juist deze brede toepasbaarheid maakt het model interessant. Wanneer één interpretatiekader op consistente wijze nieuwe inzichten en samenhang kan bieden binnen disciplines als kosmologie, bewustzijn, biologie, psychologie, economie, geschiedenis, en complexiteit, verdient het volgens Het Fractaal Denkraam serieuze filosofische en wetenschappelijke aandacht.
De waarde van het model ligt daarom niet in het claimen van de uiteindelijke waarheid, maar in de vraag of het een vruchtbaar denkkader biedt dat nieuwe perspectieven opent en bestaande kennis op een samenhangende wijze met elkaar kan verbinden. Vanuit dit perspectief worden natuurkunde, psychologie, filosofie en spiritualiteit niet gezien als concurrerende verklaringen, maar als verschillende vensters op dezelfde werkelijkheid.
Maak jouw eigen website met JouwWeb