Een mooi verhaal

Gepubliceerd op 17 oktober 2026 om 22:22
 

De oerbron die iets miste

Binnen bepaalde spirituele stromingen spreekt men over een oerbron. Deze bron wordt verschillende eigenschappen toegeschreven zoals alwetendheid, liefde, vrede en eenheid. Toch zou deze bron volgens bepaalde verhalen iets hebben gemist: ervaring.

Volgens deze verhalen kwam de bron tot de conclusie dat het zichzelf moest opdelen en vervolgens een materiële wereld moest voortbrengen om ervaring mogelijk te maken. Wij mensen hebben daarin een bijzondere positie gekregen. Wij zijn de vonken van die bron en mogen ervaren wat de bron zelf miste. Die alwetende bron is hiermee afhankelijk van onze ervaringen om tot ervaren te kunnen komen.

Ik heb niets tegen mooie verhalen. Maar wanneer zulke verhalen vervolgens als absolute waarheden worden gepresenteerd, mogen er toch echt wel vragen worden gesteld en helemaal wanneer er fundamentele tegenstrijdigheden in lijken te zitten. Wanneer er vervolgens kritische vragen over worden gesteld krijgt men soms te horen dat men niet hoog genoeg vibreert om de waarheid te begrijpen. Dit lijkt op een equivalent van geloven of naar de hel maar dan iets milder en minder verdoemenis.

Ik resoneer niet met ieder verhaal omdat het mooi klinkt, ik doe ook niet aan Pasen, kerst en Sinterklaas. Mooie verhalen maar niets voor mij. Mijn frequentie is die van de kritische geest, die ook achter de meest verheven overtuigingen probeert te kijken. Niet alleen naar de overtuigingen van anderen, maar ook naar die van mezelf en de aannames waarop mijn eigen denkraam rust.

We functioneren allemaal op bepaalde frequenties, dat klopt dat resoneert ook bij mij. Maar wie bepaalt welke frequentie de juiste is? Is dat de frequentie waarin we ons prettig voelen bij tegenstrijdigheden en onze overtuigingen vervolgens laten zoals het is? Of is het de frequentie van de kritische geest, die bereid is zowel de innerlijke belevingswereld als zowel de feitelijke buitenwereld te onderzoeken en de eventuele tegenstrijdigheden tussen beide onder ogen te zien?

We gaan weer terug naar die vermeende bron. Die bron krijgt eigenschappen toegedicht van volmaakte vrede, liefde en eenheid. Verdeeldheid zou slechts een illusie zijn. Maar hoe zit dat dan? Diezelfde bron zou zichzelf hebben opgedeeld om ervaring mogelijk te maken. Kan die verdeeldheid vervolgens dan werkelijk een illusie zijn? Dan is wat die bron wil ervaren een illusie, een spel? Of is die verdeeldheid dan juist een onderdeel van die voortgebrachte werkelijkheid die zo noodzakelijk was om tot ervaren te kunnen komen?

Als de bron zich daadwerkelijk heeft opgedeeld in afzonderlijke vonken om zichzelf te ervaren, dan is die verdeeldheid toch onderdeel van het verhaal zelf geworden? Hoe kan iets tegelijkertijd noodzakelijk zijn om ervaring mogelijk te maken en toch niet werkelijk bestaan? En als verdeeldheid een illusie is, wat betekent dat dan voor de ervaringen die binnen die verdeeldheid plaatsvinden? Is daarmee ook het ervaren van pijn, verlies, angst en verdriet een illusie? Of zijn dat werkelijke ervaringen binnen een werkelijkheid die als eenheid kan worden beschouwd?

Ik heb niets tegen mooie verhalen, zeker niet wanneer ze als filosofische verbeelding of fictie worden gepresenteerd. Maar zodra ze aanspraak maken op absolute waarheid, mogen we ook kritische vragen stellen. Ik heb niets tegen mooie verhalen, maar wanneer ze bestaan om de pijn van de werkelijkheid te verzachten, lijken eerder die mooie verhalen op een illusie en niet de werkelijkheid. Vervolgens zou men hier tegen in kunnen brengen dat mooie verhalen bijdragen aan een betere wereld en een fijne innerlijke wereld. Maar wat als die verhalen zelf een illusie in stand houden? Alles wat niet op de werkelijkheid is gebaseerd, kan misschien tijdelijk houvast bieden, maar dat maakt die verhalen nog niet feitelijk en waar. En wanneer zo’n illusie wordt doorzien, kan blijken dat die harmonie en eenheid waarop men vertrouwde niet meer dan schijn was, een illusie dus.

Mooie verhalen worden al eeuwenlang verteld en geloofd. Toch hebben ze de mensheid niet echt gevrijwaard van wreedheid, uitsluiting en machtsmisbruik. Ik hoef de woorden verkettering en heksenjachten waarschijnlijk niet eens hardop uit te spreken.

Wat miste die alwetende bron?

Er is nog iets wat mij verbaast. De bron wordt als alwetend beschreven maar tegelijkertijd heeft die bron ervaring gemist. Hoe verhouden die twee eigenschappen zich tot elkaar? Wanneer iets echt alwetend is, zou het dan niet ook alle informatie bezitten over wat ervaren is en wat de aard van ervaring is?

Als de bron wist wat ervaring inhield en deze kennelijk miste, waarom moest die bron dan zichzelf vervolgens opdelen om die ervaring voor zich zelf mogelijk te maken? En als die bron dat niet wist, in welke betekenis was die bron dan nog alwetend? Men kan zich verweren dat er onderscheid tussen weten en ervaren is. Maar daarmee is het vraagstuk nog steeds niet opgelost. Dan moeten we ons ook afvragen wat het verschil precies inhoudt en waarom een alwetende bron dat verschil niet zou kennen. En welke ervaringen wilde deze bron zich eigen maken door zichzelf op te delen? Liefde, verlangen, lichamelijke verbondenheid en de hormonale impulsen die daarmee gepaard gaan? De vreugde van het leven en het verdriet van verlies? Oorlogen, geweld, onderdrukking en vernietiging?

Als al deze ervaringen noodzakelijk zijn om de werkelijkheid te ervaren, dan rijst er nog een vraag. Waarom zou een volmaakte bron zichzelf moeten opdelen om ervaringen mogelijk te maken die zo sterk in tegenspraak lijken met de veronderstelde volmaaktheid?
Deze vragen kunnen misschien door verhalenvertellers vanuit het verhaal zelf beantwoorden worden. Die antwoorden dienen dan wel inhoudelijk te zijn. De mededeling dat door kritische vragen de diepere waarheid niet begrepen kan worden is niet voldoende.

Opmerkelijk is bovendien dat de bron volgens het verhaal wel bijvoorbaat kon ervaren wat gemis is voordat die bron zich noodzakelijkerwijs diende op te splitsten om te kunnen ervaren. Hoe kon die bron dat gemis ervaren zonder die noodzakelijke opsplitsing wanneer juist die opsplitsing nodig was om ervaren mogelijk te maken? Het antwoord zal misschien de alwetendheid van die bron zijn. Hiermee komen we weer uit bij de niet-noodzakelijke noodzaak om opgesplitst te worden om te kunnen ervaren.

Eenheid betekent niet dat verschillen verdwijnen

Brengen mooie verhalen ons werkelijk dichter bij het begrijpen van het ontstaan van de werkelijkheid? Of creëren ze eerder een tegenstelling tussen een innerlijke wereld waarin een mooi verhaal wordt gelooft en een werkelijkheid waarin verdeeldheid, strijd en vernietiging waarneembaar aanwezig zijn? Laten we daarom nog eens naar eenheid kijken.

Wanneer ik naar het universum kijk, zie ik een werkelijkheid waarin voortbrengen en vernietiging hand in hand gaan. Sterren ontstaan en sterven. Materie vormt structuren die vervolgens weer uiteenvallen. Wat op de ene schaal verdwijnt, kan op een andere schaal onderdeel worden van nieuwe structuren.

Wanneer ik naar de natuur kijk zie ik eenheid binnen biodiversiteit. Een bos is een samenhangend geheel, bestaat uit onnoembaar veel verschillende organismen, relaties en processen. Bomen, dieren, schimmels, bacteriën, seizoenen en klimaat beïnvloeden elkaar voortdurend.

De eenheid van het bos betekent niet dat de verschillen tussen die onderdelen een illusie zijn. Die verschillen en onderlinge relaties maken juist het bos tot wat het is. Er heerst verdwijnen en ontstaan, eten en gegeten worden en toch is het een eenheid. Eenheid en diversiteit sluiten elkaar blijkbaar niet uit. Dit geldt ook voor voortbrenging en vernietiging.

In die zin kunnen we zeggen dat alles één is. Niet door al die verschillen te ontkennen, maar omdat alles deel uitmaakt van één werkelijkheid waarin die verschillen ontstaan, met elkaar samenhangen en van elkaar afhankelijk zijn. Ook het prooidier is afhankelijk van de rover. Zonder natuurlijke predatie kan een prooidier populatie zo sterk toenemen dat bijvoorbeeld de vegetatie onder druk komt te staan en het evenwicht binnen dat ecosysteem wordt verstoord. Hiervoor hoeven we geen oerbron voor te stellen die zichzelf bewust heeft moeten opdelen om dit alles te kunnen en willen ervaren. We hoeven ook niet aan te nemen dat er ergens een universeel bewustzijn bestaat die ons mensen nodig heeft om zichzelf te kunnen ervaren.

Verder dan de constatering dat wij een stukje levend universum zijn dat het universum kan waarnemen, komen we niet. Als analogie kunnen we zeggen dat het universum op deze wijze zichzelf waarneemt. De uitvinding van de telescoop heeft het waarnemingsvermogen van dit levende stukje universum aanzienlijk uitgebreid.

Geen bron, maar een Proces

Binnen het Fractaal Denkraam wordt niet uitgegaan van een oerbron of een universeel bewustzijn dat alles heeft voortgebracht. Het uitgangspunt is Het Proces. Een voortdurend, ongestuurd proces waaruit steeds nieuwe organisatievormen ontstaan. De ontologische architectuur van het Fractaal Denkraam beschrijft dit Proces aan de hand van vier pijlers: Informatie, Entanglement, Emergentie en Schaalrelativiteit.

Binnen het Fractaal Denkraam is bewustzijn niet de oorsprong van werkelijkheid, maar een emergent verschijnsel dat uit het Proces is voortgekomen. Het is ook geen afzonderlijke macht die boven de werkelijkheid staat en haar bestuurt. Bewustzijn kan op zijn beurt daarin tegen wel invloed uitoefenen op Het Proces. De mens kan bijvoorbeeld zijn omgeving veranderen, nieuwe structuren voortbrengen en proberen toekomstige uitkomsten te beïnvloeden. Maar daarmee staat het niet buiten het Proces. Ook bewustzijn blijft onderdeel van de werkelijkheid waaruit het zelf is ontstaan en bewustzijn blijft daarmee gebonden aan de vier pijlers van het Fractaal Denkraam.

We hoeven de werkelijkheid dus niet te verklaren vanuit een alwetende bron die iets miste, zichzelf opsplitste en vervolgens via ons de eigen voortgebrachte onvolkomenheid probeert op te heffen. We kunnen ook beginnen bij wat zich echt aan ons voordoet komen, namelijk een werkelijkheid waarin structuren ontstaan, veranderen, met elkaar verbonden zijn en weer verdwijnen. Dat levert misschien een minder spectaculair verhaal op. Er is geen kosmisch drama waarin een volmaakte bron zichzelf dient te verdelen om zichzelf te leren kennen. Er is overigens ook geen garantie dat alle verdeeldheid uiteindelijk zal verdwijnen in een toestand van volmaakte harmonie.

Er is één Proces waarbinnen zowel harmonie als conflict, zowel opbouw als afbraak en zowel samenwerking als strijd kunnen ontstaan. Dit betekent overigens niet dat alles zonder betekenis is. Het betekent wel dat betekenis niet noodzakelijk vooraf door een bron is vastgelegd. Dit is ook niet noodzakelijk om werkelijkheid te kunnen verklaren of te begrijpen. We hoeven de werkelijkheid niet mooier of dramatischer te maken dan zij is om haar als iets wonderbaarlijks te kunnen ervaren.

De werkelijkheid bezit een wonderlijke, mystieke schoonheid, juist in alles waaruit zij bestaat. Het is juist de moeite waard om onderscheid te maken tussen wat we graag willen geloven en wat we daadwerkelijk kunnen onderbouwen. Mijn verhaal is misschien minder mooi, minder spectaculair en minder sensationeel. Misschien omdat het dichter bij de werkelijkheid staat. Of misschien is mijn verhaal ook maar een mooi verhaal. Het verschil is dat ik niet beweer dat Het Proces mijn verhaal nodig heeft om te bestaan of zichzelf als het Proces te begrijpen. Ik ben zelf een proces binnen Het Proces.

Ik en het Proces zijn één. Is dit de eenheid die men misschien zoekt in mooie verhalen? Misschien wordt mijn verhaal dan toch nog een mooi verhaal.

 

Dave Ruder

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb